maandag , 11 december 2017

Leefregels voor de kinderen

Beste jongens en meisjes, Op school zijn we met veel kinderen. We willen dat het er ordelijk en netjes aan toe gaat, zodat we goed kunnen studeren en prettig kunnen samenwerken en spelen. Dat kan niet als elk kind zo maar doet wat het wil. Daarom maken we afspraken! Afspraken waaraan iedereen zich moet houden. Zo wordt het fijn in onze school. 1. We starten de dag goed.
  • Ik volg de kortste of de veiligste weg naar school en zorg ervoor dat ik niet voor 8.30 uur toekom.
  • Ik ben steeds tijdig op school.
  • Ik zet mijn fiets ordelijk in de fietsenstalling.
  • Ik plaats mijn fiets keurig op de fietsenparking.
  • Ik doe mijn fiets indien mogelijk op slot.
  • Mijn boekentas zet ik op de afgesproken plaats.
  • Bij het belsignaal stop ik het spel en ga rustig in de rij staan.
  • In de rij is het stil.
  • Jas, muts, sjaal en handschoenen hang ik ordelijk aan de kapstok in de gang.
2. Op de speelplaats.
  • Niemand blijft zonder toelating in de klas tijdens de speeltijd.
  • Niemand verlaat de speelplaats zonder toelating van de leerkracht die er toezicht houdt.
  • Ik speel enkel op de speelplaats of het voetbalplein.
  • Ik speel niet ruw. Stampen en slaan horen er niet bij.
  • Iedereen mag meedoen!!
  • Ik hou me aan de afspraken van het spel.
  • Wanneer ik iets beschadig, meld ik dit zo vlug mogelijk aan de leerkracht die toezicht houdt.
  • Ik speel niet met elektronisch speelgoed zoals computerspelletjes of met namaakwapens.
  • Bij regenweer speel ik onder het afdak.
  • Afval gooi ik in de juiste vuilbak.
  • Ik beschadig geen bomen, planten, banken of speeltuigen.
  • We spelen alleen in de zandbak als het zand droog is.
  • Klimmuur: we klimmen om beurten van links naar rechts.
3. Op het grasveld
  • We spelen alleen op het grasveld als het gras droog is.
  • Het houten bordje geeft aan of het voetbalveld open is of niet.
  • Rode kleur wil zeggen dat we niet op het grasveld spelen.
  • Groene kleur wil zeggen dat we wel op het grasveld mogen spelen.
4. Winterpret.
  • Op glijbanen glijden alle kinderen in dezelfde richting.
  • Sneeuwballen gooien mag, mits de toelating van de toezichthoudende leerkracht en op de afgesproken plaats.
  • We gooien nooit naar het hoofd.
  • Ik stop geen sneeuwballen in andermans kleren.
  • Kinderen hinderen bij het glijden of doen vallen bij ijzel is gevaarlijk en dus verboden.
5. In de toiletruimte.
  • Voor het spel ga ik eerst naar het toilet.
  • Ik spoel het toilet door na ieder gebruik.
  • Ik was mijn handen en droog ze af.
  • Wanneer ik merk dat het toiletpapier op is, verwittig ik de leerkracht op de speelplaats.
  • De toiletruimte is geen speelplaats. Ik ga zo vlug mogelijk naar de speelplaats.
  • In de winter sluit ik steeds de buitendeur.
6. In de eetzaal.
  • Mijn boterhammen zitten in een brooddoos met mijn naam op.
  • Ik breng alleen gezonde versnaperingen mee.
  • Ik ben stil en op het teken van de leerkracht mag ik binnen gaan.
  • Ik neem een drankje uit de bak en ga rustig zitten.
  • Mijn brooddoos blijft dicht tot na het gebed.
7. Omgangsvormen.
  • Ik groet volwassenen, kinderen, leerkrachten en directies op een beleefde en spontane manier.
  • Ik antwoord steeds met twee woorden.
  • Aan de deur, poort … verleen ik voorrang aan ouders, bezoekers, leerkrachten en directie.
  • Eerlijk en behulpzaam zijn wordt erg gewaardeerd op onze school.
  • In de klas doe ik goed mijn best om goed mee te werken.
  • Wanneer ik iets niet begrijp vraag ik om uitleg voor, na of tijdens de les.
  • Wanneer iemand een lange tijd ziek is, ben ik bereid om nota’s aan te vullen voor mijn zieke klasgenoot.
8. Gymles en zwemmen.
  • Voor de gymles draag ik aangepaste kledij : een school T-shirt en een zwarte short.
  • Voor elke vakantie neem ik mijn gymkledij mee naar huis voor een wasbeurt.
  • Ik eet of drink niets op de bus van en naar het zwembad.
  • In het zwembad hou ik me aan het reglement.
  • Ik maak geen gebruik van automaten met snoepgoed.
  • Als ik niet kan zwemmen breng ik een briefje van mijn ouders mee.
  • Indien ik meer dan één keer niet mag gaan zwemmen bezorg ik een doktersattest aan mijn leerkracht.
9. Schoolmateriaal.
  • Ik draag zorg voor alle schoolmateriaal (banken, boeken, …) dat ik mag gebruiken.
  • Bij aangerichte schade zullen de kosten aangerekend worden om het materiaal te herstellen of te vervangen.
10. Weer naar huis.
  • Bij het eerste belsignaal ruim ik op en maak mijn boekentas in orde.
  • Bij het tweede belsignaal gaan we naar buiten en maken rijen op de speelplaats.
  • Indien ik afgehaald word door mijn ouders, mag ik samen met de leerkracht die toezicht houdt op straat naar mijn ouders wandelen.
  • Als ik na schooltijd niet wordt afgehaald ga ik naar de rij van de opvang.